Organisatie
_________________________________________________________________________
De onderneming Winter Projecten is gestart in 1995, gespecialiseerd in proces- en projectmanagement van bouw- en infrastructuurprojecten, waarbij grote belangentegenstellingen in een politiek-bestuurlijk krachtenveld spelen.
__________________________________________________________________

Curriculum Vitae
het kopieren en openbaarmaken door derden is niet toegestaan
Opleiding
VWO: Diploma 1980
Studie Farmacie aan de Rijksuniversiteit te Groningen, doctoraal diploma 1986. Judicium: met veel genoegen. Afstudeerrichting: Toxicologie en Bioanalyse.
Studie Rechten aan de Universiteit Maastricht, doctoraal diploma 1990, studentenstage advocatuur BoelsZanders Advocaten.
Postdoctorale opleiding Marketing Export Management en cursus Spaanse taal voor verblijf in Bogotá, 1990-1991
Internationale marketing opdracht DSM, 1991
Apothekersopleiding, laatste jaar, aanvullend programma na Nederlands doctoraaldiploma, VU te Brussel, 1992-1993
Deelcertificaten Assurantie A, 1993-1995
Senior Projectleiderschap, Training, Intermediair Trainingen, 1997.
Verdiepingscursus Europees recht en Internationale Betrekkingen, Bureau  Internationale Ambtenaren, Ministerie van Binnenlandse zaken i.s.m. Instituut Clingendael te Den Haag en EIPA (European Institute of Public
     Administration), certificaat 2002.
Certificate Linguarama Executive Language Institute Den Haag, English language, 2002.
Studie Arabistiek en Islamkunde, Katholieke Universiteit te Leuven 2002-2003
Post-academische Masteropleiding Conflictmanagement, Universiteit Maastricht,  Certificaat 2006.  
     In het kader van de Permanente opleiding van het      Nederlands Mediation Instituut
Lectures van een aantal gasthoogleraren:
Gasthoogleraar: Prof.dr. Léon de Caluwé, sociaal psycholoog en als hoogleraar Advieskunde verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Prof. dr. Carsten de Dreu, Hoogleraar UvA.

Kaderschool CDA (Talentacademy), verschillende onderdelen, door Steenkamp Instituut te Den Haag, 2007 -2008
De CDA Talent Academie is de meest uitgebreide en diepgaande opleiding voor talentvolle (toekomstige) politici van het CDA. De CDA Talent Academie maakt onderdeel uit van het CDA Talenten Programma, een traject van ondersteuning en ontwikkeling dat het CDA biedt aan haar talentvolle leden.

6 november 2010

Studie Belgisch Recht aan universiteit te Hasselt, Aanvullend programma  2010-2011
       (Foto: TV Limburg, college in de cinema)



Uitreiking doctoraal bul rechtsgeleerdheid Maastricht University in 1990 door Job Cohen.

1990 Doctoraal Diploma uitreiking rechtsgeleerdheid Universiteit Maastricht


Freelance opdrachten

1983-1987: Bijlesdocente wiskunde (HAVO-VWO)

vanaf 1986 opdrachten bij Visser & Smit Bouw,  AMRO (dochteronderneming, kredietbeoordelaar), Hoge School Zuyd, Maastricht School of Management (Raad van Bestuur), Rechtbank Maastricht (Bureau President), Regio Vakbond ABW, Schreiner Airways (Ondernemingsraad), Nationale Luchtvaartschool (NLS), Revalidatiecentrum Hoensbroek, DSM (marketing), Integraal Kankercentrum (IKC), Graaf Huyn College, Geleen (coordinator studiebegeleiding).

Referentieprojecten vanaf 1995

Bouw & Infrastructuur Projecten
vanaf 1995

Project Ontwikkeling Nationale Luchthaven, Programmadirectie ONL

Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer & Waterstaat
Functie: Senior juridisch consultant



Concurrentegerichte dialoog
De concurrentiegerichte dialoog wordt in toenemende mate toegepast en verdient daarom enige toelichting. Deze methode is bedoeld voor het aanbesteden van bijzonder complexe overheidsopdrachten waarbij de aanbestedende partij niet vooraf de specificaties van het werk aanbiedt maar deze in dialoog met geïnteresseerde ondernemers bepaalt. De aanbestedende partij selecteert eerst een aantal ondernemingen waarmee hij het project zou willen uitvoeren.
Daarna volgt de dialoogfase op basis van een document dat het te bereiken eindresultaat beschrijft. De dialoog is erop gericht mogelijke efficiënte oplossingen daarvoor boven tafel te krijgen. Na de voor elke partij vertrouwelijke dialoog verloopt de procedure op dezelfde wijze als de niet-openbare procedure.




Opdrachtgever: Bouwdienst Rijkswaterstaat
Functie: Senior Juridisch consultant

Projecten:

- Mainportontwikkeling Rotterdam
- Zeetoegang Noordzeekanaal, IJmond
- Project Uitbreiding Gemaal IJmuiden
- Baggerspeciedepots Zeeland



Project Betuweroute.
Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat en NS Railinfrabeheer
Functie: Procesleider, Managementgroep Betuweroute.


In 1995 stemde de Tweede Kamer in met het besluit tot de aanleg van de Betuweroute, de goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Duitsland. De feitelijke aanleg startte na het nemen van het Tracébesluit in november 1996. In de Planologische Kernbeslissing deel 1 (1992) werden de kosten globaal geraamd op circa € 2,3 miljard. Eind 2000 werden de kosten geraamd op € 4,7 miljard. Het beschikbare budget was op dat moment € 4,4 miljard.
In 2006 sluit ProRail de bouw van de Betuweroute af. Het grootste Nederlandse infrastructurele project sinds de bouw van de Deltawerken is dan voltooid. Tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar ligt eind 2006 een snelle, veilige goederenspoorverbinding met het Europese achterland. De Betuweroute is daarmee de slagader van het Nederlandse goederentransport per trein.


Bureau  




Opdrachtgevers: Diverse gemeenten
Functies: Projectleider en juridisch adviseur.

Woningbouw-, Stadsvernieuwing- en Verkeersinfrastructuurprojecten.
Gemeente Meerssen: Centrumplan en Verkeerscirculatieplan
Gemeente Roermond: Realisatie van de bouw van 600 woningen (Musschenberg), alsmede een Verkeerscirculatieplan, Voorbereiding van bouw van een appartementencomplex, Herinrichting Markt.

Planschadeteam met AKD Advocaten

Planschadeteam (met twee advocaten van advocatenkantoor AKD Advocaten)
Roermond


Project RRKL - Besluitvormingsprocessen in het kader van de Wet Luchtvaart.
Opdrachtgever: LVNL
Functie: onderzoeker, adviseur
Periode: 2005-2006


Bedrijven hechten in een globaliserende wereld steeds meer belang aan een goede internationale bereikbaarheid. De Rijksoverheid wil derhalve de internationale bereikbaarheid vergroten omdat deze van groot belang is voor de Nederlandse Economie. De luchtvaart is in het internationaal verkeer van mensen en goederen de snelst groeiende vervoerwijze. Nederland dient derhalve goed bereikbaar te blijven door de lucht. Daarvoor is het instandhouden van een uitstekende netwerkkwaliteit, middels de aanwezigheid van een nationale luchthaven met voldoende capaciteit en een efficiënte luchtverkeersdienstverlening en een innovatief vermogen bij de marktpartijen essentieel. De mainport Schiphol als knooppunt van een hoogwaardig netwerk van nationale, Europese en intercontinentale verbindingen voorziet in een behoefte van mobiliteit als noodzakelijke voorwaarde voor economische groei en sociale ontwikkeling in Nederland. De luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) zorgt voor een veilige afwikkeling van het vliegverkeer.



De luchtvaartwereld kent een sterke dynamiek door het internationale karakter en de liberalisering van de luchtvaartmarkt. Wanneer luchtvaartmaatschappijen er niet in slagen voldoende concurrentiekracht te behouden bestaat het gevaar dat de hubluchthaven (knooppunt van verbindingen) wordt meegezogen in termen van verlies van een groot deel van het netwerk en daarmee van werkgelegenheid en uitstraling.

De regionale luchthavens hebben eigen posities verworven in het Europese netwerk van luchthavens en daarmee in de internationale bereikbaarheid van Nederland . Verhoudingsgewijs zijn de regionale luchthavens met 1,5 miljoen afgehandelde passagiers per jaar van beperkte omvang. Het Ruimtelijk Planbureau (RPB) voorziet dat een steeds groter deel van de verwachte groei van de luchtvaart terecht zal komen op de regionale luchthavens. Deze luchthavens zouden de ontwikkeling van de hubfunctie van Schiphol kunnen ondersteunen. Volgens het RPB zouden deze luchthavens gezamenlijk omstreeks 2020 in staat kunnen zijn om ongeveer 5 miljoen per jaar passagiers af te handelen.

Projectkader

De luchtvaart kent een gespannen verhouding met de samenleving, hetgeen kan worden uitgedrukt in “lusten en lasten” van de regionale luchthavens. Het vliegverkeer levert overlast op bij omwonenden en legt een steeds grotere druk op de ruimte die luchthavens innemen, de zorg voor veiligheid van passagiers en omwonenden en de bestrijding en voorkoming van terrorisme. Daartegenover staan de lusten van (internationale) bereikbaarheid, werkgelegenheid, de verbetering van de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat. In dit spanningsveld tussen economische groei en milieu en veiligheid dient steeds een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden door de overheid, die het publieke belang behartigt. Bovendien dient er een goede communicatie plaats te vinden met omwonenden en gebruikers om het draagvlak te vergroten. Bij het versterken van de concurrentiepositie door middel van verbetering van de kwaliteit van de luchthavens dient met name afstemming plaats te vinden met het beleid voor bereikbaarheid en ruimtelijke ordening.

Aangezien de provincie als gebiedsregisseur verantwoordelijk is voor de inrichting van het gebied, de mobiliteit, ontwikkeling van bedrijventerreinen en woningbouw heeft het kabinet besloten het beleid voor de regionale en kleine luchthavens te decentraliseren naar de provincie middels de wetsvoorstellen RRKL (Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens) en RBML (Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens. De decentralisatiegedachte steunt op de basisgedachte dat de integrale afweging tussen de lusten en de lasten beter bij de bestuurslaag kan plaatsvinden, waar de effecten van de luchthaven zich voordoen. De effecten van de regionale luchthavens beperken zich immers tot een relatief klein gebied buiten het luchtvaartterein. Deze gedachte past in de sturingsfilosofie van het kabinet, om meer ruimte en verantwoordelijkheid te geven aan provincies en gemeenten binnen de randvoorwaarden van bescherming van de natuurlijke leefomgeving en de rijksverantwoordelijkheid ter zake. Het wetsvoorstel RBML is door het Kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd.

De wetgeving omtrent de Nederlandse luchtvaart wordt stapsgewijs overgeheveld van de huidige Luchtvaartwet naar de Wet Luchtvaart. De Luchtvaartwet zal op termijn geheel worden ingetrokken. Het huidige stelsel van de Luchtvaartwet kent een diffuse verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid, de exploitant en de gebruikers van de luchthaven. Het feitelijk gebruik van de luchthaven is vooral een zaak van de exploitant, de gebruikers en de luchtverkeersdienstverlening. Het wetsvoorstel biedt de exploitant meer mogelijkheden om het de toegang van luchtverkeer op de luchthaven te reguleren middels bijvoorbeeld tariefsdifferentiatie. De exploitant kan het gebruik van de milieuruimte beïnvloeden door hogere tarieven te vragen aan vliegtuigen welke hogere geluidsbelasting veroorzaken. Voorts streeft het kabinet met het wetsvoorstel naar eenduidiger en snellere besluitvormingsprocedures met als doel de bestuurlijke slagvaardigheid te vergroten en tegelijkertijd de rechtszekerheid en rechtsbescherming te garanderen.

Nederland kent officieel vijf regionale luchthavens: Maastricht, Eindhoven, Rotterdam, Enschede en Groningen. Daarnaast zijn er twee kleine luchthavens met aspiratie naar een regionale status: Lelystad en Den Helder. Ook is er een negental zogeheten vliegvelden voor kleine luchtvaart, zoals onder meer Budel, Hilversum, Texel, Seppe en Midden-Zeeland met daarnaast nog een kleine 200 niet-aangewezen luchtvaartterreinen, zoals boorplatforms en dito heliplatforms en civiele helilandingsplaatsen bij ziekenhuizen en bedrijven. Het onderzoek spitst zich toe op Maastricht Aachen Airport. De provincie Limburg krijgt de bevoegdheid om te bepalen welke milieugebruiksruimte de exploitant of gebruiker krijgt met betrekking tot Maastricht-Aachen Airport. De provincie kan bepalen of nieuwe initiatieven voor deze luchthaven doorgang kunnen vinden, of dat de luchthavens dient in te krimpen of kan uitbreiden of dat luchthaven gesloten moeten worden. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor luchtvaartveiligheid, beheer van het luchtruim, implementatie van internationale regelgeving en het afsluiten van luchtvaartverdragen.


Doelstelling

Luchtvaartbeleid vormt een complex beleidsterrein, omdat er veel verschillende actoren bij zijn betrokken, welke in meer of mindere mate invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van de luchthaven, dan wel daar zelf door beïnvloed worden. De decentralisatie van de taken naar de provincie vraagt van alle betrokken actoren een heroriëntatie.

Het doel van het onderzoeksproject is het opsporen en het inzichtelijk maken van mogelijke conflicterende belangentegenstellingen, welke zich voor zullen doen bij de bevoegdheidsverschuiving van het Rijk naar de Provincie Limburg in het kader van het besluitvormingsproces op grond van de wet RRKL door middel van een (krachtenveld)analyse aan de hand van de criteria uit de bestudeerde literatuur. Het onderzoeksproject bevindt zich in fase 1 en fase 2 van de interventiecyclus, te weten probleemsignalering en diagnose









Diverse Projecten in het kader van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt in Angelsaksische landen steeds meer als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering gezien. Er is een trend waarneembaar dat bedrijven zich kunnen veroorloven om op dit terrein actief te zijn, mede doordat zichtbaar is dat de eigen marktpositie daardoor verbeterd wordt.

R. Winter hanteert de uitgangspunten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is het van belang om een goede balans te vinden tussen het belang van de onderneming en het belang van de maatschappelijke omgeving. De maatschappelijke dialoog is dus een belangrijk aspect van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

De maatschappelijk dialoog kan worden beschouwd als een extra marketingkanaal, omdat op die wijze tevens signalen uit de markt kunnen worden opgepakt. MVO is een breed multidimensionaal thema.






Verkiezingen Europees Parlement op 4 juni 2009

Campagne-activiteiten volgens Amerikaanse stijl
     voor CDA Europarlementarier Ria Oomen, plaats 25
     Resultaat: Verkozen
Leveren van bijdragen/amendementen voor het CDA EU-Verkiezingsprogramma

Verkiezingen Tweede Kamer 2012

Campagne voor de VVD Limburg kandidaten
Communicatiestrategie
     Resultaat: Verkozen en VVD grootste partij in Limburg



Diverse bestuurlijke nevenfuncties

Actief geweest in Lokale VVD, 2 maal op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen (1998 en 2006).
Lid Commissie voor Bezwaar en Beroep gemeente Beek (1996- 1998)
Plv. juridisch deskundige lid Commissie voor Bezwaarschriften en Beroepschriften gemeente Venlo (benoemd in 1998)
Lid van de commissie Buitenland CDA, afdeling Limburg, secretaris (2008- 2012)
Bestuurslid, secretaris van het alumnicomité Zuid-Limburg (11.575 leden) van de Universiteit Maastricht (2008-2014),
Lid Kascommissie, Wetenschappelijke vereniging Farmacie & Recht, (27 mei 2010 t/m 25 mei 2012)
Bestuurslid, lokale VVD  (29 mei 2012 - 1 augustus 2013)


Vergadering Nederlandse Juristenvereniging juni 2017


Vergadering Nederlandse Juristenvereniging 2016

Alumni Universiteit Maastricht



UM-alumni vormen een brug tussen universiteit en samenleving en zijn de beste ambassadeurs. Zij blijven deel uitmaken van de academische gemeenschap en zijn tevens een sterke schakel naar het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. UM-alumni werken niet alleen in Nederland maar wereldwijd.


Kick off Alumnibijeenkomst UM kring Hasselt (Belgie)

Alumni zijn van grote waarde voor hun alma mater. Zij zwermen na hun studie aan de UM uit over de hele wereld en werken op belangrijke knooppunten in het bedrijfsleven, bestuur en politiek. Alumni hebben een uitstekende naam vanwege hun vorming en scholing in het Maastrichtse onderwijssysteem. Er zijn alumikringen in Nederland, Europa en daarbuiten. De kringen organiseren regelmatig bijeenkomsten, workshops en masterclasses.

Alumnibijeenkomst Europees Debat 8 mei 2014



      mei 2010
diner met alumnibestuur UM, Chateau Neercanne
-----------------------------------------------------------------

UM Alumni profiel

Zelfstandige teamspelers
UM alumni blijken in de praktijk op tien professionele vaardigheidsterreinen competenter dan elders opgeleide collega’s. Ze hebben een sterk ontwikkeld probleemoplossend vermogen, gaan planmatig te werk, vinden snel hun weg in informatie en zijn meesters in het produceren van nieuwe ideeën.

UM alumni kunnen goed zelfstandig opereren en leiding geven en zijn tegelijkertijd sterke teamspelers met een open oog en oor voor collega’s. Bovendien hebben zij een brede oriëntatie op Europa en de wereld en beheersen ze, door het veelal Engelstalige onderwijs, uitstekend de Engelse taal. Zowel in het (internationale) bedrijfsleven als in de wetenschap en culturele en maatschappelijke instellingen doen zij het goed.



Independent team players
It has been shown that UM alumni are more competent than their colleagues trained elsewhere in ten professional skill areas. They have strong problem-solving abilities, work in a project-based manner, quickly find their way around information, and are masters at producing new ideas. UM alumni are well capable of operating and managing independently while at the same time being strong team players who are open to colleagues.

Moreover, they are broadly oriented towards Europe and the world and have excellent knowledge of English thanks to the usually English-taught programmes. They are doing equally well in national and international companies as in academic, cultural and societal institutions.
Bridge between university and society
Maastricht University alumni form a bridge between the university and society, and are UM’s best ambassadors. They continue to be part of the academic community and provide a strong link to the business community and societal institutes. UM alumni work not only in the Netherlands but also worldwide.

Alumni Fonds - SWOL

19 June 2017
With Saudi Aramco’s generous donation, Maastricht University is able to establish a Chair that will focus on the Sustainability of Biobased Materials. The chair holder will supervise and initiate research projects in this relatively new domain and simultaneously introduce the research expertise in the curriculum of the Biobased Materials programme.
Through its partnership with Maastricht University, Saudi Aramco wishes to support the continued development of sustainable solutions in the chemicals sector.

The University Fund Limburg/SWOL was able to introduce Aramco to Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials and is very pleased to have led the formation of this partnership; a collaboration that will prove to be beneficial to both partners. Maastricht University is confident that this will be the start of a long lasting relationship with Aramco.

Theo van Boven Fonds

Het Theo van Boven Fonds is gevestigd op 28 november 2012 door de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Prof. mr. Th. C. van Boven (1934) is een Nederlands jurist en emeritus hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Maastricht. Hij heeft internationaal – met name ten dienste van de Verenigde Naties - naam gemaakt als voorvechter voor de rechten van de mens en de rechten van minderheden en als bestrijder van discriminatie. Prof. Theo van Boven is voor zijn verdiensten wereldwijd gelauwerd. Met de vestiging van dit fonds betuigt de Faculteit der Rechtsgeleerdheid haar grote respect voor Theo van Boven en wil zij de duurzaamheid van zijn gedachtengoed bevorderen.

Het Theo van Boven Fonds heeft als specifieke doelstellingen:
het bevorderen en ondersteunen van projecten op het terrein van de rechten van de mens, waaronder de bestrijding van discriminatie en sociale uitsluiting en het recht van slachtoffers van mensenrechten-schendingen op rehabilitatie en compensatie;
het bevorderen en ondersteunen van wetenschappelijk onderwijs, onderzoek en kennisdisseminatie op het terrein van het recht door medewerkers en studenten van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht.


Zuyd Hogeschool en Universiteit Maastricht hebben onder het Universiteitsfonds Limburg het fonds ‘Health in Slums’ ingericht. Via dit fonds, dat op 27 augustus 2014 gelanceerd is, gaan beide organisaties zich richten op de verbetering van de ongezonde leefsituaties in de sloppenwijken van India. Health in Slums is een initiatief van Luc de Witte, lector Technologie in de Zorg bij Zuyd Hogeschool en Onno van Schayck, als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Maastricht.



Alumni Universiteit Groningen

Als een van de eerste universiteiten in Nederland begon de Rijksuniversiteit Groningen in 1998 met professionele fondswerving en relatiebeheer. In dat jaar werd het Ubbo Emmius Fonds opgericht
Via het Fonds zoekt de universiteit financiële steun èn kritische inbreng van het bedrijfsleven, instellingen en particulieren bij de ontwikkeling van baanbrekend onderzoek en onderwijs. Met succes, want inmiddels zijn dankzij de steun van een groot aantal partners al veel bijzondere projecten gerealiseerd.



KVK nr 14052030

Protected by Copyscape Web Plagiarism Tool

Het is niet toegestaan de foto's op deze website te kopieren, te verspreiden of op te slaan door derden